Aardbeientaart
200 g zelfrijzende bloem
150 g boter
150 g suiker
zout
1 ei
3 blaadjes gelatine (van 3 g)
800 g aardbeien
1 zakje vanillesuiker
1 dl room
Breek het ei boven de gezeefde bloem. De helft van de suiker en de koude boter in vlokjes bijvoegen en met de hand kneden tot een samenhangend deeg. Laat het deeg vervolgens 20 minuten rusten in de koelkast.
Vet een taartvorm in met boter. Het deeg in de vorm uitdrukken. Met een vork gaatjes in de taartbodem prikken.
In het midden van de oven (voorverwarmd op 200 graden) laten bruin bakken in ongeveer 30 minuten. Laat afkoelen.
De gelatine weken in voldoende water.
De aardbeien wassen, de kroontjes verwijderen en de helft van de aardbeien door een fijne zeef wrijven. De vanillesuiker en de helft van de kristalsuiker toevoegen. Op een zacht vuur aan de kook brengen en van het vuur nemen.
De gelatine uitknijpen en al roerend in het aardbeienmengsel oplossen. Het mengsel enigszins laten opstijven. Ondertussen de slagroom stijfkloppen.
Roer het aardbeienmengsel door de slagroom en bestrijk de taartbodem hiermee.
De rest van de aardbeien hierover verdelen en nog een uurtje verder laten opstijven in de koelkast.