Spaghetti carbonara

500 gram spaghetti
200 gram gezouten spekjes
4 eieren
1/2 sojaroom
100 gram parmezaanse kaas
snuifje peper
snuifje zout
2 tenen knoflook
1sjalot

Kook de pasta al dente. Bak intussen de spekjes krokant, voeg sjalot en look toe. Meng in een kom de room, eieren, kaas, knoflook ,peper en zout en klop het mengsel met een vork tot een min of meer gladde massa. Giet de pasta in een vergiet af en doe hem in de warme pan terug.
Meng de spekjes en het eimengsel onder de pasta. Verwarm de pasta nu nog even heel kort (1 minuutje) op een laag vuurtje en serveer het gerecht onmiddellijk.

Lasagne

tomatensaus

  • 500 g gemengd gehakt
  • 2 uien
  • 1 teentje look
  • 2 wortels
  • 1 courgette
  • 250 g Parijse champignons
  • 1 eetlepel sambal (optioneel)
  • 1 dl rode wijn
  • 75 cl tomatenpulp of passata
  • 1 takje verse oregano
  • verse basilicum
  • 1 koffielepel Provençaalse kruiden
  • olijfolie
  • zout
  • peper

kaassaus

  • 30 g boter
  • 30 g bloem
  • 4 dl melk
  • 200 g gemalen kaas
  • nootmuskaat

  • Zet een ruime kookpot op een matig vuur. Giet er een scheutje olijfolie in.
  • Bak het gehakt in de hete olijfolie. Roer regelmatig om.
  • Pel de uien en snipper ze fijn. Plet de look tot pulp.
  • Voeg de uien en de look toe aan het gehakt en laat ze meestoven.
  • Schil de wortels en snij het topje en het kontje eraf. Snij de groente in heel fijne stukjes (brunoise). Doe hetzelfde met de courgette, al hoef je deze groente niet te schillen.
  • Voeg de stukjes wortel en courgette toe aan het gehakt.
  • Maak (indien nodig) de paddenstoelen schoon met een droog borsteltje. Snij ze in grove stukken (bv. kwartjes). Doe ze ook in de kookpot.
  • Laat het gehakt en de groenten verder stoven, op een zacht vuur.
  • Snipper de verse oregano en de blaadjes basilicium fijn en laat ze meestoven (Naar keuze kan je ook verse tijm en/of verse rozemarijn toevoegen.)
  • Strooi de gedroogde Provençaalse kruiden bij het gehakt en de groenten. Roer alles goed om.
  • Wie van een beetje pit houdt, voegt wat sambal toe aan het mengsel voor de saus.
  • Schenk de rode wijn bij het gehakt met groenten en laat de wijn even uitkoken.
  • Voeg ten slotte de tomatenpulp (of passata) toe en laat de saus nog 10 minuten sudderen op een zacht vuurtje.
  • Proef en kruid de saus met wat zout en peper van de molen.

de kaassaus:

  • De basis van de saus is een roux. Smelt daarvoor de boter in een kookpot en voeg de bloem toe. Laat het bloemmengsel al roerend “opdrogen”, maar let erop dat de roux niet aanbakt.
  • Zodra je een lekkere biscuitgeur ruikt, schenk je de melk in de pot. Blijf geduldig doorroeren met een garde tot de saus bindt. Als je lang genoeg geroerd hebt, krijg je een gladde bechamelsaus. (Vermijd een te dikke saus. Om de saus te verdunnen, voeg je wat extra melk toe.)
  • Haal de pot van het vuur en meng de helft van de gemalen kaas door de saus. (Hou de rest van de kaas opzij voor de afwerking.) Kruid de saus naar smaak met peper, zout en nootmuskaat.

afwerking:

  • Verwarm de oven voor op 180°C.
  • Giet een dun laagje kaassaus op de bodem van de ovenschotel. Leg daarop een eerste laag van de droge lasagnevellen. Schik ze als dakpannen, maar let erop dat de vellen elkaar niet te veel overlappen. Zo vermijd je te dikke lagen pastadeeg.
  • Schep er de eerste laag tomatensaus bovenop en strijk ze egaal uit over het hele oppervlak van de schotel (ongeveer 1 cm saus).
  • Schik hierbovenop een tweede laag lasagnevellen. Vervolgens tomatensaus, lasagnevellen… Bouw de lasagne verder op tot de ovenschaal net niet gevuld is. Zorg ervoor dat bovenaan een laagje van de tomatensaus ligt.
  • Schenk nu de rest van de kaassaus in de schotel en verdeel ze egaal over de hele oppervlakte van de schotel. Strooi de rest van de gemalen kaas er overheen.
  • Opmerking: Als je deze lasagne een dag op voorhand maakt, dek de schaal dan goed af met vershoudfolie en plaats ze in de koelkast.
  • Bak de lasagne gedurende 30 minuten in een oven van 180°C.

 

Chocoladetaart

4 eieren
200 g suiker
100 g boter
40 g cacao
90 g bloem
120 g grof gehakte pure chocola
rasp van 1 sinaasappel

verwarm de oven voor op 190 graden. hak de chocola.
roer de eieren en de suiker door elkaar tot het een lichtgele substantie is. voeg de (gesmolten) boter toe. roer goed. voeg daarna bloem, cacao en een snufje zout toe en roer zo kort mogelijk, tot alle bloem is opgenomen. sla daarna, met een paar slagen, de chocola en de sinaasappelrasp door het mengsel heen. gebruik een lepel om het mengsel in de vormpjes te krijgen. de cakejes moeten op 190 graden zo’n 14 minuten bakken. als je prikt moet de prikker er glanzend, maar er zonder kledder uitkomen. de cakejes moeten even in de vormpjes afkoelen.

Speculoos

250 g bloem
115 g donkere suiker
40 g lichte suiker
75 g zachte boter
50 ml melk
2 g zout
7 g kaneel
2 g kruidnagelpoeder

Doe alles in een kom en meng kort. Je krijgt een kruimeldeeg dat je zacht kunt kneden in een vorm waarvan je gemakkelijk schijfjes kunt snijden.
Laat het deeg even rusten en opstijven in de koelkast. Snij het opgesteven deeg in plakjes, leg die op een bakplaat en laat 15 minuten bakken in een voorverwarmde oven van 170°.